Waarmee we zijn aangeland bij de biologische component van het bindingsangst – vraagstuk. Gelukkig mag er de laatste jaren weer over onze dierlijke oorsprong gepraat worden. Psychologen die zich in de jaren zeventig en tachtig met een citaat van Darwin in een discussie over psychische stoornissen mengden, werden ogenblikkelijk verketterd. Maar, met name dankzij talrijke overtuigende onderzoeken naar de hersenverschillen tussen man en vrouw, is er dit decennium een klimaat ontstaan waarin geestelijk onbehagen ook met biologisch gereedschap mag worden ontleed. De vaststelling dat een man met zijn polygame instinct gevangen zit in een even monomane als monogame gezinnetjes – cultuur leidt nu niet langer tot steniging uit feministische hoek.

Het lastige voor de man is dat hij twee wensen heeft. Hij wil heel veel vrouwen en hij wil een vrouw. Beide wensen zijn sterk in een man, die ruzie zit in hemzelf. Bij de vrouw bestaat dat conflict niet. Bij een vrouw is geen verschil tussen haar biologische en emotionele natuur. Ze kan van de daken schreeuwen dat het niet waar is maar elke vrouw weet dat het wel waar is. Een man daarentegen is biologisch polygaam en psychologisch monogaam. Hij heet ook die behoefte aan binding.

Heren ga maar hier lekker los